Regelmatig werkwoord: for-me-ren. Nog niet zo makkelijk als u denkt. Dreunt u even mee tot u het rijtje uit uw hoofd kent?
ik formeer
jij/u formeert
hij/zij formeert
wij/zij/jullie formeren
ik/jij/u/hij/zij formeerde
wij/zij/jullie formeerden
hij heeft geformeerd
de/het/een geformeerde ….
Wij zullen formeren.
Wij willen formeren.
Wij gaan formeren.
Wij moeten formeren.
Wij kunnen formeren.
De ene vorm iets makkelijker en de andere vorm iets moeilijker.
Maar het blijft eindeloos varieren met een werkwoord.